Essay –

#1  Pierre Bokma steekt zijn hoofd in een emmer water die op het toneel staat, maar hij doet wat hij normaal nooit doet: hij opent zijn mond. Het water gutst naar binnen, hij probeert te hoesten onderwater, maar tevergeefs. Hij kijkt ons aan, Macbeth opent zijn mond en het blijft angstvallig stil. Zijn stembanden zijn gekneusd. Het is het werk van de vloek die rust op het Schotse stuk: de echte naam van het toneelstuk mag niet genoemd worden door de acteurs die het spelen, want dat brengt ongeluk. In deze tragedie van toneelschrijver William Shakespeare verwoest het carrière-succes de liefde tussen Macbeth en zijn vrouw Lady Macbeth. Verschrikt spring ik op uit mijn stoel en schreeuw in het donkerste van mijn zijn ‘Macbeeeééééééth!’, maar niemand antwoordt.

Zij is ons meest particuliere én ons dierbaarste bezit: het innerlijke publiek. Zwevend in het grijze gebied tussen fictie en werkelijkheid, onzichtbaar voor het oog, levend in de wereld van de audio. De lippen bewegen, maar er is alleen een oorverdovende stilte te horen; de stembanden van het innerlijke publiek zijn verstuikt.