Essay –

#4Ook thuis is niet meer geborgen, maar ik kan de verleiding niet weerstaan en boek een appartement. Het innerlijke publiek kan de inhoud van een koffer zijn; wat kleding, een boek en een afgesleten tandenborstel. De kast ruikt vreemd, muffig, gemaskeerd door een luchtje dat aan wc-eend doet denken. Boven het bed hangt een touwtje langs de muur, het peertje aan het plafond floept aan en uit als ik er aan trek. Uit het keukenkastje pak ik een schoteltje en leg er het meegenomen zeepje op en zet het in de badkamer, de oordopjes leg ik op het nachtkastje, ik schud de rode kussens van de bank op. Ik hoor de buurvrouw die zingt onder de douche. Even is ze mijn buurvrouw; even ben ik die vrouw. De hotelisering van de domicilie maakt van iedere toerist een reiziger. Maar de kortstondige relaties verarmen de buurt, maken van haar een Tinter-terrein, terwijl zij juist smacht naar de langdurige liefde.